Zeefdruk

De zeefdruk is een meerkleuren druktechniek die werd ontwikkeld in Amerika. Een fijn gaas van polyester of zijde (de zeef) wordt in een houten of metalen raam van ongeveer 5 cm diep (het zeefdrukraam) gespannen. De voorstelling kan worden aangebracht door het gaas met een snel drogende substantie te beschilderen of door er sjablonen op te plakken. Ook is het mogelijk met een lichtgevoelige laag de voorstelling fotografisch op het gaas aan te brengen. Bij het drukken ligt onder het zeefdrukraam een vel papier. Een rakel trekt inkt over het gaas en duwt die op de plek van de onbedekte delen door minuscule gaatjes op het papier. Het teveel aan inkt op het gaas wordt weg geschraapt. Als het raam wordt opengeklapt, ziet men een egale inkthuid op het papier liggen: de doorgedrukte voorstelling.


Monoprint en monotype

Deze termen worden vaak verward. Een monoprint ontstaat door een afdruk te maken van een met de hand gekleurd of bewerkt traditioneel drukoppervlak (bijvoorbeeld een geëtste plaat of zeef). Monoprints van een bepaalde serie kunnen zeer gelijkend zijn, maar zijn niet identiek. Monotypes zijn unieke afbeeldingen die ontstaan door een afdruk te maken van een onbewerkt drukoppervlak (een gladde koperplaat bijvoorbeeld) waarop met inkt een tekening of schildering is aangebracht. Een vel papier wordt tegen de plaat gedrukt, waarbij de inkt bijna volledig overgaat op het papier. Als een residu op de plaat achterblijft, is het soms mogelijk een tweede, lichtere afdruk te maken.


Carborundum

Carborundum is een slijppoeder dat voor verschillende industriële toepassingen wordt gebruikt, maar ook voor het slijpen van lithostenen. Bij deze druktechniek wordt met carborundum en acryl een voorstelling gemaakt op een zinken of verzinkte plaat (kunststof kan ook). De afdrukprocedure is gelijk aan die van een traditionele ets. Deze druktechniek leent zich bij uitstek voor het produceren van monumentale grafiek met een heel eigen karakter, het lijkt bijna geschilderd. Grote carborundumdrukken zijn bijna altijd unica. En carborundum drukken is milieuvriendelijk, aangezien er niet met chemische middelen wordt gewerkt. Het is een combinatie van hoog-, diep- en vlakdruk; de techniek is goed te combineren met droge naald of met traditioneel geëtste platen.


Hoogdruk

Dit is de oudste druktechniek, vanaf ongeveer 1400 bekend. Door het wegsnijden van alles wat niet tot de af te drukken voorstelling behoort, is deze als verhoging zichtbaar. Houtsneden worden gemaakt door met een mes in het oppervlak van een glad stuk hardhout te snijden, waarbij fijne lijnen kunnen worden verkregen door een guts te gebruiken. Als het bewerkte houtblok wordt afgedrukt, zullen alleen de hooggelegen (niet weggesneden) gebieden zichtbaar zijn op het papier. Als men in kleur drukt is voor iedere kleur een apart blok nodig. Meestal worden niet meer dan drie of vier kleuren gebruikt. Bij de linosnede, een 20 e -eeuwse versie van de houtsnede, wordt in plaats van hout linoleum gebruikt. Hoewel het materiaal makkelijk te bewerken is, is het niet geschikt voor fine of subtiele effecten.


Diepdruk

Diepdrukken, ook wel laagreliëfs genoemd, kunnen met verschillende technieken worden gemaakt. Bij al deze technieken wordt de voorstelling in de drukvorm aangebracht. De dieper gelegen delen (groeven) worden met vette inkt ingesmeerd. Het oppervlak wordt voorzichtig schoongemaakt zodat de inkt alleen achterblijft in het gegraveerde ontwerp. Voorbeelden van diepdruktechnieken zijn etsen, etsen met droge naald, aquatint, mezzotint en collagraaf.


Etsen

Een metalen plaat wordt bedekt met een zuurwerende waslaag of 'grond' waarin de kunstenaar vervolgens met verschillende voorwerpen (bijvoorbeeld een etsnaald) kan tekenen, waarbij de grond wordt verwijderd op plaatsen die een zwarte afdruk moeten geven. De plaat wordt vervolgens ondergedompeld in een bad met zuur, dat geëtste (getekende) gebieden uitbijt. De geëtste plaat wordt daarna ingesmeerd met inkt en het oppervlak schoon geveegd, waardoor alleen in de groeven inkt achterblijft. Vervolgens wordt de plaat met een stuk vochtig papier door een drukpers gehaald, en wordt door de druk van de pers de inkt uit de geëtste gebieden van de plaat op het papier gedrukt. De etstechniek werd enorm populair door het werk van Rembrandt.


Droge naald

De voorstelling wordt met een stalen naald direct in de metalen plaat gekrast. Deze techniek produceert een fluwelig effect doordat er opstaande metaalrandjes (bramen) ontstaan die de inkt vasthouden. Omdat deze bramen door de grote druk van de pers geleidelijk afslijten, kan slechts een beperkt aantal afdrukken worden gemaakt.


Aquatint

Aquatint is een etsprocedé dat beoogt gewassen tekeningen - dus tonen en tinten - na te bootsen. Gradaties van toon worden verkregen door de plaat textuur te geven, waarvoor verschillende methodes worden gebruikt. Het te etsen gebied wordt bestrooid met een poederachtige hars en vervolgens verhit, waardoor de harskorrels vastkleven aan het oppervlak. De plaat wordt daarna in een zuurbad gedompeld waarbij de openingen tussen de harskorrels worden weg gebeten.


Mezzotint

Dit diepdrukproces is bedoeld om krijttekeningen en pastels in al hun tonen en nuances na te bootsen. Het is waarschijnlijk het meest arbeidsintensieve drukproces. Een koperen plaat wordt bewerkt met een berceau, een instrument met veel fijne tandjes die in het koper worden gedrongen, waardoor gaatjes en bramen ontstaan. Het resultaat is een ruw oppervlak dat zwart afdrukt (mezzotint wordt ook wel ‘zwarte kunst' genoemd). Het gedeeltelijk afschrapen van de bramen en polijsten van de plaat maakt het mogelijk halftonen en lichte gedeeltes te creëren. Bij het maken van kleuren mezzotinten wordt voor iedere kleur een aparte plaat gebruikt, die stuk voor stuk over elkaar heen worden afgedrukt.


Lithografie

Lithografie betekent steendruk en berust op het beginsel dat water en vet elkaar afstoten. Eerst wordt met vetkrijt en inkt een voorstelling aangebracht op een blok kalksteen dat tot een plat, glad blok is geschuurd. Na verschillende opeenvolgende behandelingen wordt de steen vochtig gemaakt met water. De gedeeltes die niet met krijt zijn bewerkt worden nat en de gebieden van de vette tekening blijven droog, omdat vet water afstoot. Vervolgens wordt inkt op oliebasis met een roller op de steen aangebracht, waarbij de natte gedeeltes van de steen de inkt weren. De afdruk, die wordt gemaakt door een vel papier tegen de steen te drukken, is een spiegelbeeldige replica van originele voorstelling op de steen.


Aquagravure

De term Aquagravure komt van de schrijver en kunstcriticus Marcel Paquet. Hij definieerde deze vorm van graveren, die geboren is in een waterbad en gedrukt is; niet op vellen papier maar op papierpulp doordrenkt met water. Als eerste wordt er een gietvorm van houten platen gemaakt. In deze gietvorm legt de drukker een twee centimeter dikke laag papierpulp. Onder zeer hoge druk wordt dit samengeperst waarna de vele liters water wegstromen. De papierpulp neemt de vorm aan van de gietvorm. Op het geperste vel brengt de kunstenaar de kleur aan. Dit "origineel" gaat vervolgens weer naar de drukker. De drukker inkt de gietvorm waarbij hij nauwkeurig het ontwerp van de kunstenaar volgt. Er wordt wederom papierpulp in de mal gegoten, maar dit keer wordt er naast reliëf dus ook kleur gedrukt. De Aquagravure wordt te drogen gelegd en wordt elke dag gecontroleerd en zonodig bijgewerkt. Pas als de drukker, uitgever en kunstenaar tevreden zijn worden de prints genummerd en gesigneerd. Een mooie combinatie van artistiek talent en druktechnisch vakmanschap.

 

Giclee (Piëzografie)

Een Giclee is een hoogwaardige reproductie van een kunstwerk. De kwaliteit is zo goed dat hij zelfs beter is dan de gemiddelde zeefdruk. Bovendien word de Giclee in een met de kunstenaar afgesproken oplage uitgebracht en voorzien van een certificaat.

 

Door gebruik te maken van een speciale camera en de juiste belichting wordt een digitale kopie gemaakt die het origineel zo dicht mogelijk benaderd. De camera maakt 64 opnames in verschillende kleur bereiken waarbij er tussen de opnames een halve pixel wordt verschoven om een zo perfect mogelijke digitale kopie te maken. Deze wordt vervolgens minitueus nagekeken op foutjes en op kleur. 

Het afdrukken gebeurd op een printer met een piëzo printerkop waarbij de beste inkten worden gebruikt op basis van lichtechte pigmenten. Er wordt afgedrukt op canvas, papier (speciaal gecoat en houtvrij) en op aquarel papier. Bij het hele proces licht de nadruk op de kwaliteit om geen afbraak te doen aan het kunstwerk.Bijzondere nummering


Speciale nummering

Je kunt ook grafiek tegenkomen, al dan niet genummerd, met de volgende vermeldingen:

- E/A (epreuve d'artist)
- A/P (artist proof)
- H/C (Horst commerce)
- PP (printers proof)

De oplage per grafiek, voorzien van één van deze vermeldingen, mag doorgaans niet hoger zijn dan 30 stuks; gebruikelijk is 10 % van de genummerde oplage. In theorie is dit een kleine oplage voor de kunstenaar zelf en zou eigenlijk niet voor verkoop zijn bestemd. In de huidige praktijk wordt de aanduiding vooral gebruikt als bijzondere (markt)waarde van een oplage en als zodanig te koop aangeboden. Het heeft vooral een verzamelwaarde te vergelijken met de eerste druk van een boek.